Omdat we altijd goed voorbereid gaan kamperen, hadden we na Jet’s overlijden nog zakken vol met hondenversnaperingen.
Cathrien bedacht daarvoor de volgende eenvoudige oplossing.
Zodra een hond (met baasje) terugkeert van een wandeling naar het strand, roept Cathrien hem bij haar om hem te belonen.
Met als logisch gevolg dat Bas, Luna, Omar en Bikkel als ze langs onze plek komen automatisch afbuigen om te controleren of er ook deze keer iets in de aanbieding is.
Op de foto wachten Luna en Omar geduldig af wat die Hollandse mevrouw nu weer voor ze in petto heeft.
Aanvankelijk dacht ik nog “dat houdt vanzelf op”, maar de voorraad lijkt onuitputtelijk en ik verdenk Cathrien er van dat ze hem regelmatig aanvult.
In Frankrijk ben je als dokter geen knip voor de neus waard als je niet bij elke klacht van je patiënt een passend medicijn voorschrijft.
Zou hij dat nalaten, dan veronderstelt de gewone Fransoos dat zijn klacht niet serieus wordt genomen en dat dient tegen elke prijs te worden vermeden.
Is het in Nederland nog wel eens zoeken naar een apotheker, in Frankrijk zie je overal een bordje pharmacie en zijn de medicijnboeren ruim vertegenwoordigd.
Wat voor mensen goed is, geldt natuurlijk ook voor dieren en dus hebben we voor Jet ook een reeks pillen gekregen die haar herstel definitief moeten maken.
Als die op zijn, moeten we weer terug voor nieuwe pillen, die de schade die de eerste hebben aangericht weer moeten herstellen.
Helaas is Jet (zelfs na lang op haar op haar inpraten) niet overtuigd van het nut van die dingen, zodat ze weigert om ze in te nemen.
We moeten dus onze toevlucht nemen tot een list.
In Nederland verpakken we ze in een plakje goedkope leverworst (van de Lidl), maar die leverworst hebben ze niet in Frankrijk, dus vermommen we ze in paté.
En nu maar hopen dat Jet hierdoor geen verbeelding krijgt en bij thuiskomst geen leverworst meer wenst, maar uitsluitend verfijnde Franse vleeswaren.
Zondag was Jet zo mogelijk nog zieker dan de dag er voor. Soms stokte haar adem en we waren bang dat ze het einde van de dag niet zou halen. Maandag leek het iets beter te gaan, maar nog steeds weigerde ze alle voedsel. Bijna sereen staarde ze naar een punt in de verte, nauwelijks reagerende op wat we tegen haar zeiden.
Dus opnieuw een afspraak met de Mevrouw van Au zoals ik de dierendokter pleeg te noemen. Kon niet eerder dan half zes.
Om 10 voor 5 het (naar mijn overtuiging) een laatste rondje met Jet dat ze plichtmatig meeliep.
Bij mijn terugkomst nog even bij haar op de grond gaan liggen.
Op de radio zongen Halsema en Arean “Vluchten kan niet meer”. Dat kan er ook nog wel bij snotterde mijn vrouw en ik snotterde met haar mee.
Bij de dierendokter de vraag “laten inslapen of misschien toch nog eerst een röntgenfoto.” Om vast te stellen dat de situatie hopeloos was. Gelukkig wilde Cathrien het laatste.
Lijdzaam ging Jet mee naar de röntgenkamer. Duurde een half uurtje en wat er in die tussentijd gebeurd is weten we niet, maar Jet kwam terug als een fotomodel die net een bijzonder geslaagde “reclameshoot” achter de rug had gehad.
In de wachtkamer onwaarde ze een paar nieuwkomers waar ze met kwispelende staart op afging om te worden aangehaald.
5 dagen lang geen poot voor de andere en een staart als een slap touwtje en nu dit.
Op de foto’s stond niets dat wees op een hopeloze situatie, dus toch maar een injectie om de leverfunctie te verbeteren en de eetlust te stimuleren.
Thuis gekomen met Jet even naar de buren (die de laatste dagen intens hadden meegeleefd) om te laten zien dat ze er nog was. Jet heeft vele vrienden die zich allemaal al op het ergste hadden voorbereid.
Ze demonstreerde tot ieders verbazing haar beroemde sukkeldraftje en probeerde de stok die had opgepakt uit mijn handen weg te grissen. Kortom Jet was weer helemaal terug van weggeweest.
Terug in de caravan nam ze voor het eerst het plakje worst aan dat ze daarvoor resoluut had afgewezen en dronk ze haar bakje water leeg.
Terwijl ik dit schrijf ligt ze aan mijn voeten te slapen. Logisch want ze is niet meer een van de jongsten en we mogen dus niet te veel meer van haar verlangen.
Maar als ik direkt vraag of ze mee wil, is ze meteen weer klaarwakker en staat ze als eerste bij de tentdeur.
Het was ons alle twee al opgevallen. Vroeger slenterde Jet wat achter ons aan als we haar uitlieten. Nu liep ze steeds verder van ons weg. Het hoge gras in, kennelijk op zoek naar iets.
Misschien weggooide etenswaren dachten we, want Jet lustte alles.
Dus riepen we haar terug, waar ze met frisse tegenzin gehoor aan gaf.
Woensdagmorgen gaf ze over. Drie keer achter elkaar. Aandoenlijk om te zien dat ze daar een plek voor uitzocht waar ze zo min mogelijk overlast mee veroorzaakte. Toch iets verkeerd gegeten dachten we nog. ’s Middags mee naar het jeu de boules, waar ze zich opnieuw wat afzonderde in het hoge gras.
Eten deed ze niet meer, drinken nog wel, maar dat kwam om er (na een half uur) weer uit.
Donderdagmorgen was ze nog lustelozer dan de dag er voor. Dat kon zo niet langer, dus naar de dierendokter. Die klopte, luisterde en nam bloed af. Op de testuitslag konden we wachten.
Geen direct aanwijsbare tekortkomingen. Hoogstens een lichte vorm van uitdroging dus Jet aan het infuus, met daarin (uit voorzorg) een antibiotica.
Ze liet het gelaten over zich heengaan. Vrijdag mocht ze weer wat drinken en wat eten, maar eten sloeg ze af. Zelfs een kwart plakje leverworst hoefde ze niet. Drinken hoogstens een paar likjes voor de vorm en om ons een plezier te doen.
Het is nu zaterdag. Jet komt nog nauwelijks van haar plaats. Een stukje kip slaat ze af want eten doet ze nog steeds niet. Ook drinken wil ze niet. Zonder eten kun je een tijdje, zonder drinken ga je dood. We proberen haar wat aan te moedigen, maar soms stokt onze stem.
Ze slaapt of kijkt ons aan met ogen vol onbegrip. Maandag gaan we weer met haar naar de dokter. We zijn bang dat het de laatste keer zal zijn.
Jet, onze Corgi, is vandaag 12 jaar geworden. De jaren beginnen te tellen.
Waar we eerst dachten dat ze een beetje ongehoorzaam werd, blijkt ze nu een onvervalste ouderdomskwaal te hebben. Ze wordt een beetje doof.
Als we vroeger met de onze auto voorreden stond ze al voor het raam te kijken.
Nu ligt ze nog in diepe rust en moeten we op het raam tikken om haar wakker te maken.
Ze kijkt dan enigszins verwilderd om zich heen, niet goed wetende waar het geluid vandaan kwam.
Lopen gaat ook wat moeilijker, meer dan een sukkeldrafje zit er niet in.
De locale reiger wordt nog maar 1 keer van de kant af gejaagd. Als hij aan de overkant van de sloot plaats neemt, rent ze niet meer daar naartoe om hem daar ook weg te kunnen jagen.
Hoogstens blaft ze nog even en kijkt me dankbaar aan als ik zeg dat we verder gaan.
Ook de buurtpoezen tonen geen respect meer. Wilde ze daar vroeger nog wel eens op af denderen, nu zijn het hoogstens een paar stapjes en remt ze al als ze de hoek zijn omgeslagen.
Alleen naar jeu de boules gaat ze nog graag mee. Mensen die bukken om ballen op te rapen, zijn meestal ook niet te beroerd om te bukken en haar aan te halen. En daar geniet ze nog steeds van.
Nadeel van een vroeg vertrek naar Frankrijk is natuurlijk dat we niet beschikken over de laatste oranjeartikelen waarvan we via de tv reclame op de hoogte zijn gebracht. Zo moeten we het doen zonder trom-pet van Heineken, het brulhemd van Blokker en de welpjes van AH.
Tot overmaat van ramp (maar tot groot genoegen van Cathrien) ben ik ook mijn leeuwenbroek van Bavaria (overblijfsel van de wereldkampioenschappen) vergeten.
We moeten het dus doen met wat armzalige oranje vlaggetjes, een oranje T shirt, cowboyhoed en oranje pet. Gelukkig is Jet (die niets met voetballen heeft, maar meer van de tennisballen is), niet te beroerd om haar steentje bij te dragen. Getooid met haar oranje ballon doet zij elke Fransman beseffen dat met zulke supporters Frankrijk eenvoudig kansloos is.