Bokseknol
Niet lang geleden vierde Enkhuizen haar 650 jarig bestaan als stad met tal van festiviteiten. Leuk natuurlijk zo’n feestje, maar als je niet voortdurend in het verleden wilt leven, dan mag je ook wel eens afvragen of het ooit verleende predicaat ook nog vandaag gegeven zou worden.
Kenmerkend voor een stad is, dat ze over meer voorzieningen beschikt dan het omliggende platteland. In mijn jeugd was het onderscheid duidelijk. Enkhuizen was stad, Andijk, Bovenkarspel, Grootebroek, Lutjebroek en Venhuizen waren het omliggende platteland waar het niveau van de voorzieningen beduidend lager lag. Deze situatie is in de afgelopen 50 jaar drastisch gewijzigd.
Het niveau van voorzieningen in Stede Broec ligt gelijk, zo niet hoger dan in Enkhuizen. Alleen in historisch opzicht is Enkhuizen nog belangrijker, maar op basis van hedendaagse levensbehoeften, zoals bijvoorbeeld sport of winkelvoorzieningen, is Stede Broec haar allang voorbij gestreefd.
Tegen deze achtergrond moet de oprichting van de Bokseknol worden gezien. Het is een poging om het relatieve verval van Enkhuizen, althans waar het jeu de boules betreft, een halt toe te roepen met een “steedse” voorziening. Deze moet wat mij betreft voldoen aan 3 C’s. Capaciteit, Clubhuis en Centraal.
Met capaciteit bedoel ik het aantal banen dat beschikbaar is. Als dat beperkt blijft tot 4 of 5, zoals elders in de regio (m.u.v. de Drommedaris) het geval is, dan ben je altijd beperkt in de organisatie van evenementen. Als je de pretentie hebt om regionaal van betekenis te zijn en die pretentie heeft men in Enkhuizen nog al gauw, dan zal je over meer banen moeten beschikken.
De tweede C, clubhuis spreekt voor zichzelf. Geen enkele succesvolle vereniging kan zonder een eigen clubhuis, kantine of hoe je het wilt noemen. Naast contributies en sponsors de belangrijkste bron van inkomsten van een vereniging. Jeu de boules heeft niet alleen een sportieve maar ook een sociale functie Die functie valt of staat met de aanwezigheid van een clubhuis.
De derde C staat voor centraal. Gezien het ruimtebeslag (zo’n 30 bij 40 meter) is er geen enkele reden deze voorziening op een (gewoonlijk buiten de stad gelegen) sportterreinen te realiseren. Het verzwakt alleen maar haar sociale functie. Jeu de boules als recreatie sport kent geen vaste teams of aanvangstijden. Zodra er voldoende mensen (4) bijeen zijn kan het gespeeld worden. Een “place de petanque” hoort een trefpunt te zijn waar men kan spelen, kijken of een praatje maken. Zoiets moet je niet buiten de stad realiseren, maar in het hart ervan.
Met de Bokseknol heb ik gemeente en bewoners er op willen wijzen, dat de mogelijkheid om zo’n voorziening te realiseren bestaat. Of ze er ooit zal komen hangt voor een belangrijk deel af van de reactie van het gemeentebestuur.
De jachthaven, recreatieoord (waar zich nu het zwembad en sprookjeswonderland bevinden) zijn gerealiseerd in een tijd dat het Enkhuizen ook niet bepaald voor de wind ging. Daarmee vergeleken is het inrichten van een “place de petanque” met een regionale uitstraling een fluitje van een cent.
De reactie vanuit de politiek zijn, op een enkele uitzondering na, op zijn best lauw te noemen. Dat is me ook voorspeld, maar ik weiger om nu al de moed op te geven.
Nog geen reacties.
RSS - Posts